Overzicht
Waarom toch?
Eind augustus geven Lijntje en Beppe, twee goeie vrienden, een feestje in Racconigi. Dat leek me de perfecte aanleiding om nog eens een fietsreis te ondernemen.
Het is niet de eerste maal dat ik het aangename aan het aangename koppel, zo ging ik enkele jaren geleden met de fiets naar een verjaardagsfeestje in La Ciotat en reed ik twee maal België rond voor twee familiebarbecues in Weismes. Het is wel de eerste keer dat ik mijn trip wil delen.
First things first
Het eerste wat ik deed was een ruwe kladroute uitstippelen om een zicht te krijgen op het parcours. Daarbij zijn moeilijkheid en schoonheid belangrijkst.
Moeilijkheid
Moeilijkheid hangt af van afstand en hoogtemeters. De eerste versie komt op iets meer dan 1.100 km en 8.300 hoogtemeters, een stevige maar verteerbare hap.

** URL van deze kladversie: https://www.plotaroute.com/route/464889?maptype=map&units=km (rechtsboven kan je onder ‘Menu’ ‘Hills’ aanklikken en dan krijg je het profiel ook te zien, en onder ‘Display’ kan je ‘Hilliness’ selecteren om de hellingsgraad te zien op de kaart – rechtsonder kan je de kaart full screen bekijken – linksonder kan je de route laten lopen en de snelheid verlagen – etc… ) **
De kans is groot dat de afstand groter wordt naarmate ik de route meer in detail plan, onder andere omdat de logica van de software die deze routes kiest niet altijd erg logisch is. Het kan gebeuren dat je over onverharde wegen gestuurd wordt, of dat je absurde ommetoeren moet maken voor een kort stukje fietspad en soms wordt geen rekening gehouden met recent aangelegde fietspaden.
Wat hoogtemeters betreft kan het twee kanten uit: het aantal verhoogt of het verlaagt. Vooraf zoek ik voor bepaalde stukken namelijk naar alternatieven. Met die alternatieven kan ik dan tijdens mijn tocht zelf nog beslissen wat het wordt.
Bijvoorbeeld (zie afbeelding hieronder en pijltje “Vb.” op de afbeelding van het profiel), tijdens de laatste rit kan ik in Italië het voorstel van plotaroute.com volgen of hetzij een lastiger, mooiere route kiezen, hetzij een saaiere, langere maar vooral vlakke route kiezen. Afhankelijk van de toestand van lichaam en geest op dat moment opteer ik dan en daar voor de meest geschikte route.

Schoonheid
Dat is vooraf natuurlijk minder te meten en dus vooral een combinatie van planning en goed geluk. Ik probeer in elk geval grote wegen, industrieterreinen, winkelcentra, steden etc. zo veel mogelijk te vermijden en indien geen zotte inspanningen nodig zijn neem ik wegen langs meren, rivieren, bossen, velden en kleine dorpjes.
De echte schoonheid van de route ontdek je uiteraard pas op het moment zelf, gelukkig maar. En uiteindelijk is er overal wel iets moois te zien voor wie met de juiste blik kijkt.
Zo ontdekte ik op mijn tocht naar La Ciotat puur per toeval -het kapelletje staat ver van de weg in een bos en wordt enkel aangeduid met een simpel pijltje- een verborgen parel van religieuze, modernistische architectuur: de kapel van Saint-Rouin in het Forêt Domaniale de Beaulieu te Beaulieu-en-Argonne, ergens nergens tussen Verdun, Reims en Saint-Dizier. Het zou me verbazen mochten er meer dan een handvol toeristen stoppen per week. Soit, om maar te zeggen dat afgelegen paden ook hun charmes hebben. 
Voor de komende reis staan er hoe dan ook enkele dingen op het programma waarnaar ik nu al uitkijk. Als daar zijn: de bron van de Schelde, het Canal entre Champagne et Bourgogne, de Lacs van Vouglans, Coiselet, Bourget en Mont-Cenis en de Cols de Nivollet (zeker niet te verwarren met Colle del Nivolet), du Chat (zeker niet te verwarren met de Mont du Chat) en du Mont-Cenis (zeker niet te verwarren met Colle del Moncenisio). Meer over de lacs en cols in volgende berichten.
Up next
Slapen
Met die eerste kladversie ga ik dan op zoek naar overnachtingsplaatsen. Tot nu toe heb ik tijdens mijn fietsreizen altijd gekampeerd maar omdat ik deze maal meer kilometers per dag wil doen en vooral omdat ik het Jura door en de Alpen over wil wou ik minder bagage en meer luxe. Meer dan een week in de regen kamperen is me gelukkig nooit overkomen maar een paar dagen doorweekt fietsen en nachten liggen woelen in een wak minitentje op een zompig micromatje wèl, en deze keer hoeft dat werkelijk niet. Ik ga dus zonder tent, slaapzak, matje en zonder extra reservekledij op pad.
Bovendien wou ik eens testen hoe een fietsreis met overnachtingen in hotels verloopt. Om te zien of dat in de toekomst een interessante optie is, om eventueel nog meer kilometers per dag te kunnen doen, om eventueel in een week een goeie 1.000 km te kunnen afleggen.
Fine tuning
Ten slotte wordt de ganse route in detail bekeken op verschillende informatiebronnen (plotaroute, google maps, open street map en ander sites zoals CyclingCols, af3v…) en verder aangepast aan de beschikbare overnachtingsplaatsen, interessantste wegen, bezienswaardigheden, alternatieve trajecten, risico op misrijden, profiel, afstand en aan van alles en nog wat, tot de namen van de plaatsen waar ik passeer toe (dorpsnamen als Pleure of L’Étoile zijn toch prachtig).
Dat alles moet resulteren in 11 dag-etappes, waarvan een drietal (de twee in het Jura en de laatste) met een paar alternatieve routes. In mijn volgende blogberichten zal ik per fase de route verder in detail voorstellen. Aan onderstaand profiel zie je duidelijk welke die 4 fases zijn: 1. van de Leie (Heule) naar de Marne (Châlons-en-Champagne), 2. langs het Canal entre Champagne et Bourgogne via de Saône tot aan de voet van het Jura (Lons-le-Saunier), let op het hoogste punt in het kanaal te Langres (waar het kanaal dan ook door een tunnel van bijna 5 km loopt), 3. door, over, langs het Jura-gebergte tot aan de voet van de Alpen en als afsluiter 4. door en uiteindelijk over de Alpen om daarna 40 km af te dalen naar de Po-vlakte.
